In de Katholieke Kerk bestaan een aantal sacramenten; dit zijn plechtige momenten in het geloofsleven van een katholiek. De sacramenten zijn door Christus zelf ingesteld. Als deze worden uitgevoerd, zal God de gelovige genadig zijn.

De volgende sacramenten bestaan:

  • De Heilige Eucharistie
  • Het Heilig Doopsel
  • Het Heilig Vormsel
  • De Huwelijksviering
  • De Ziekenzalving
  • De Biecht
  • De Priesterwijding

Op deze website worden al deze sacramenten toegelicht.

Het sacrament dat het meest gevierd wordt is het Sacrament van de Heilige Eucharistie. Tijdens een normale, katholieke Heilige Mis vieren we het verrijzen van de Heer door de rituelen van het Laatste Avondmaal te herhalen.

Een katholieke dienst begint met de intocht van de misdienaren, acolieten en de priester. Na het welkom wordt tot God gebeden. Hierna volgen de schuldbekentenis (Kyrie) en daarna de lofzang (Gloria). Hierop volgt een gebed ter opening van de Heilige Schrift. In de lezingen wordt een verhaal uit de Bijbel verteld, in de Evangelie wordt een verhaal uit het leven van Jezus voorgelezen. Na de lezingen worden de verhalen toegelicht in een preek en wordt uitgelegd hoe de boodschap kan worden toegepast in het dagelijks leven. Na de preek wordt de geloofsbelijdenis uitgesproken en volgen de voorbeden. Er wordt gebeden voor actuele zaken in de wereld en deze gebeden hebben vaak betrekking op de lezingen.

Na de voorbeden wordt de tafel klaargemaakt. Het altaar wordt gereed gemaakt voor de viering van de Eucharistie. Een aantal kelken en schalen worden naar het altaar gedragen. De kelken worden door de priester gevuld met wijn, vaak verdund met water. De schalen zijn al gevuld met hosties; kleine schijfjes brood. Als de tafel is klaargemaakt, begint de priester met het Eucharistisch gebed. Dit gebed is een zegening van de hosties en de wijn en een dankzegging aan de Heer Jezus. Tijdens het gebed worden de woorden van Jezus tijdens het Laatste Avondmaal herhaald. ‘Dit is mijn Lichaam, dat voor U gegeven wordt’ en ‘Dit is mijn Bloed, dat voor U gegeven wordt’. Na beide zinnen wordt er gebeld met een belletje of een klokje en is het even stil; iedereen knielt. Op dat moment worden de hosties het lichaam van Christus en de wijn zijn bloed.

Als het Eucharistisch gebed is geëindigd, volgt het welbekende Onze Vader, vaak gezongen. Hierna het Lam Gods, dit is nogmaals een zegening over de Gaven (Brood en Wijn). Dit deel van de viering wordt afgesloten met de vredeswens, iedereen in de kerk wenst elkaar ‘Vrede van Christus’. De priester komt van het priesterkoor om de hosties uit te delen; dit wordt de Heilige Communie genoemd. Iedereen die de Eerste Heilige Communie heeft gedaan kan nu een hostie ontvangen, overigen ontvangen een zegen. Hierna worden de onderdelen van de Eucharistie opgeruimd.

Er volgt nu een slotgebed, een zegening voor de gemeenschap en een eindlied. De priester, misdienaren en acolieten verlaten nu de kerk, net als de kerkgangers.